Financiën

De gemeentefinanciën worden jaarlijks in drie belangrijke documenten verdeeld, die hieronder kort uitgelegd staan.

Programmabegroting

In de programmabegroting, die jaarlijks in november verschijnt, staat hoe de inkomsten en uitgaven voor het komende jaar verdeeld moeten worden. Het college stelt de begroting op en de gemeenteraad stelt deze na debat vast (soms met wijzigingen) en machtigt daarmee het college om geld uit te geven. De begroting is opgedeeld in een aantal programma’s, waarbinnen steeds in samenhang de volgende vragen worden beantwoord:
• Wat willen we bereiken?
• Wat gaan we daarvoor doen?
• Wat kost het?

Programmarekening

Na afloop van het begrotingsjaar blikt de gemeente in de programmarekening (jaarrekening) terug. Zij doet dat aan de hand van de volgende vragen:
• Heeft de gemeente bereikt wat ze wilde bereiken?
• Heeft de gemeente gedaan wat ze wilde doen?
• Heeft het gekost wat de gemeente dacht dat het zou kosten?
De antwoorden van het college op deze drie vragen laten de raad zien op welke manier het college de begroting heeft uitgevoerd.

Kadernota

In de Kadernota stelt de gemeenteraad de uitgangspunten en kaders voor de komende vier jaar vast. Dit gebeurt aan de hand van de laatste meerjarige ontwikkelingen op het gebied van financiën en wetgeving. De raad stelt de kadernota vast in de zomer, waarna deze de basis vormt voor de programmabegroting.

Bestuursrapportages

Bestuursrapportages verschijnen op vaste momenten in een jaar. In deze rapportages brengt het college verslag uit aan de gemeenteraad over de stand van zaken rondom de plannen en budgetten uit de begroting.
 

Website Voorlezen
A A